De Romeinse Jaren (1924–1935)
In 1924 begon voor Maurits Cornelis Escher een van de gelukkigste en meest productieve periodes van zijn leven. Hij was net getrouwd met Jetta Umiker en samen besloten ze hun leven op te bouwen in de “Eeuwige Stad”: Rome. Deze elf jaar vormen het hart van zijn vroege carrière. Het is de tijd waarin hij de wereld niet alleen bekeek als een toerist, maar als een kunstenaar.
Een nieuw begin op een heuvel in Rome
Na hun huwelijk in juni 1924 zochten Maurits en Jetta een plek om te wonen. Ze vonden een prachtig huis aan de Via Alessandro Poerio, op de heuvel Monteverde Vecchio. Het huis had een groot dakterras met een spectaculair uitzicht over de stad Rome en de omliggende bergen.
Voor Escher was dit huis een paradijs. Hij richtte een atelier in waar hij urenlang werkte aan zijn houtblokken. In deze beginperiode in Rome was zijn werk vooral “grafisch realistisch”. Hij tekende wat hij zag: de kerken, de standbeelden, de smalle straatjes en de dennenbomen van Rome. Hij was geobsedeerd door het licht van de avond en maakte veel werken die zich in het donker afspelen, waarbij hij experimenteerde met hoe maanlicht op de gebouwen viel.
Omdat het huis toch te klein bleek te zijn werd er later weer verhuisd, dit keer maar een paar huizen verder in dezelfde straat.
De jaarlijkse trektochten door Zuid-Italië
Hoewel hij in Rome woonde, vond Escher zijn grootste inspiratie buiten de stad. Elke lente, meestal in de maanden mei en juni, pakte hij zijn rugzak en schetsboeken voor een trektocht door de ruige gebieden van Italië. Hij reisde vaak samen met bevriende kunstenaars naar plekken als:
* De Abruzzen: Een bergachtig gebied waar de dorpen als nesten tegen de rotsen kleven.
* Calabrië en Sicilië: Waar hij de dramatische kustlijnen en de overblijfselen van Griekse tempels tekende.
* De Amalfikust: Met zijn steile trappen en witte huizen die boven de zee hangen.
Tijdens deze reizen liep Escher kilometers per dag. Hij schetste alles wat hij zag. In de winter, als hij weer terug was in zijn atelier in Rome, werkte hij deze schetsen uit tot de beroemde houtsneden en litho’s. Je kunt in deze werken zien dat hij begon te spelen met perspectief. Hij tekende dorpen van heel hoog bovenaf of juist van heel laag onderaf, waardoor de wereld er bijna onwerkelijk begon uit te zien.
De groei van het gezin
Het leven in Rome was niet alleen maar kunst; het was ook een gezinsleven. In 1926 werd hun eerste zoon geboren, George. Twee jaar later, in 1928, volgde hun tweede zoon, Arthur.
Escher was een betrokken vader, maar hij had ook stilte en orde nodig om te kunnen werken. Het leven in de jaren ’20 in Rome was voor het gezin Escher comfortabel. Alle ouders ware tot op zekere hoogte welgesteld en hielpen hen financieel, waardoor Maurits zich volledig op zijn kunst kon concentreren zonder zich direct zorgen te maken over de verkoop van zijn werk.
Techniek en Perfectie: De Lithografie
Hoewel Escher begon met houtsneden, ontdekte hij in Rome ook de lithografie (steendruk). Dit is een techniek waarbij je met een vet krijt op een speciale kalksteen tekent. Hierdoor kon Escher veel zachtere overgangen en grijstinten maken dan bij een houtsnede mogelijk was.
Zijn techniek werd in deze jaren fenomenaal. Als je kijkt naar zijn werk uit 1930, zoals de afbeeldingen van het dorpje Castrovalva, dan zie je elk grassprietje en elke steen. Hij wilde de werkelijkheid zo precies mogelijk vangen, maar dan wel op zijn eigen, gestructureerde manier.
De opkomst van het Fascisme
Terwijl Escher werkte aan zijn kunst, veranderde de wereld om hem heen. Sinds 1922 was Benito Mussolini aan de macht in Italië. In het begin merkte Escher daar niet veel van in zijn dagelijkse werk, maar begin jaren ’30 werd de sfeer grimmiger.
Rome werd volgehangen met fascistische vlaggen en overal waren marcherende soldaten te zien. Voor een man die hield van rust, logica en individuele vrijheid, was dit verstikkend. Dit alles begon ook invloed te krijgen op de scholen en het onderwijs en dus de kinderen
Het vertrek uit de Eeuwige Stad (1935)
In 1935 hakten ze de knoop door. De politieke situatie en de toenemende druk van het regime zorgden ervoor dat Escher zich niet meer thuis voelde in zijn geliefde Italië. Bovendien was de gezondheid van hun zoon Arthur een zorg; de warme zomers in Rome waren zwaar voor hem.
In juli 1935 verliet het gezin Rome. Ze verhuisden naar Château-d’Œx in Zwitserland. Voor Escher was dit een emotioneel afscheid. Hij hield van de Italiaanse landschappen, de architectuur en het licht. In Zwitserland vond hij de bergen en de sneeuw “saai” en “te wit”.
Waarom is deze periode zo belangrijk?
Hoewel hij in Rome nog niet zijn beroemde “onmogelijke werelden” maakte, leerde hij er wel kijken. De Italiaanse jaren gaven hem de technische vaardigheden en het begrip van ruimte die hij later nodig had om de werkelijkheid op zijn kop te zetten. Zonder de elf jaar in Rome zou Escher nooit de kunstenaar zijn geworden die we vandaag kennen.
Meer informatie volgt, we zijn bezig met nieuwe teksten!
Bronnen :
* Locher, J.L. (1981). M.C. Escher: Leven en werk. Meulenhoff, Amsterdam.
* Schattschneider, Doris. (1990). Visions of Symmetry. W.H. Freeman & Co.
* Ernst, Bruno. (1976). De toverspiegel van M.C. Escher.
* Website Escher in Het Paleis.
* Escher, M.C. (1982). His Life and Complete Graphic Work.
