M.C. Escher: De Ontdekking van het Zuiden en de Liefde (1922–1924)

In april 1922 liet de 23-jarige Escher het platte Nederlandse landschap achter zich. Hij had net zijn studie in Haarlem afgerond en voelde een enorme drang om de wereld te ontdekken. Deze twee jaar, van 1922 tot 1924, zouden de belangrijkste jaren van zijn leven worden. Niet alleen vond hij hier zijn artistieke stem, maar hij vond er ook de liefde van zijn leven.

De lokroep van Italië (Voorjaar 1922)

Samen met twee vrienden vertrok Escher per trein naar het zuiden. In een eedere reis met zijn ouders in 1921 maakte hij al kennis met Florence. Hoewel hij onder de indruk was van de klassieke kunst van de Renaissance, was het vooral het landschap van Toscane dat hem greep. Zijn 2 vriende Jan en Bas gingen al na 2 weken terug naar Nederland, Escher bleef in Italie. Hij maakte een tour van ongeveer 2 maanden door de Italie en bezocht onder andere Siena, Perugia, Assisi, Ravenna, Venetie, Padova en Milaan. Overal was er iets te zien, te schetsen en te bezoeken.
Terug in Nederland liet hij zijn werk zien aan zijn leeraren De Mesquita en Vercruysen, deze waren overtuigd dat hun leerling een enthousiaste stap gezet had in de grafiek. Ondertussen was wel duidelijk dat hij niet lang in Nederland wou blijven, Italie en het zuiden trok duidelijk aan hem.

Het wonder van het Alhambra (Herfst 1922)

In september 1922 besloot Escher een uitstapje te maken naar Spanje. Hij reisde per boot naar Malaga en vandaar naar Tarragona. Daarna op de trein naar Barcelona en na een dag of 6 was het doel Madrid. Via Toledo kwam hij uiteindelijk in Granada aan. In het Alhambra zag Escher voor het eerst de Moorse mozaïeken. De muren waren bedekt met tegels in geometrische patronen die perfect in elkaar pasten. Er was geen lege ruimte tussen de tegels. De Moren mochten van hun geloof geen mensen of dieren afbeelden, dus gebruikten ze abstracte vormen zoals sterren en ruiten. Dit was het zaadje waaruit een aantal van zijn latere meesterwerken zouden groeien.

De terugkeer naar Italië en de liefde (1923)

Na zijn Spaanse avontuur keerde Escher eind 1922, via Cadiz, terug naar Genua in Italie om weer tercht te komen in Siena. Hij was nu een meer ervaren kunstenaar. Hij werkte hard aan houtsneden van de Italiaanse steden, maar in maart van dat jaar gebeurde er iets dat niets met kunst te maken had.
In het pension waar hij verbleef, ontmoette hij een jonge Zwitserse vrouw genaamd Giulietta (Jetta) Umiker. Haar familie woonde ook in het pension omdat haar vader daar een textielfabriek beheerde. Mauk, die normaal gesproken nogal verlegen en gereserveerd was, werd op slag verliefd.
Hij was echter zo onzeker dat hij zijn gevoelens pas na maanden durfde te uiten. Hij tekende haar portret en probeerde haar te imponeren met zijn kunst. In de zomer van 1923, vlak voordat haar familie naar Zwitserland zou terugkeren, bekende hij haar zijn liefde tijdens een wandeling. Tot zijn grote geluk voelde Jetta hetzelfde.

Brief aan Jan : “Het meisje, waarvan ik je enige dagen geleden vertelde, is met haar ouders naar Zwitserland vertrokken. Zij oefende op mij een invloed uit, soortgelijk aan die van een elektromagneet op een prullig stuk gietijzer […] En hoewel ik mij vast had voorgenomen mijn gevoelens omtrent haar liefelijkheid geheim te houden, zo werd tenslotte haar invloed zo krachtig, dat de laatste dag voor haar vertrek, het gietijze zijn laatste restje weerstandsvermogen verloor…. “

De strijd om de toekomst (Winter 1923–1924)

De verloving met Jetta bracht echter uitdagingen met zich mee. Escher was een beginnend kunstenaar en verdiende nauwelijks geld. Zijn vader, de ingenieur, maakte zich grote zorgen en drong er bij Maurits op aan om een “echte” baan te zoeken om het toekomstige gezin te onderhouden. Maar Maurits was vastberaden kunstenaar te blijven.
In de winter van 1923 en het voorjaar van 1924 bereidde hij zich, met behulp van zijn vader, voor op zijn eerste tentoonstelling voor in Nederland. Deze gedeelde expostitie was in de kunsthandel de Zonnebloem in Den Haag. Maurtis zelf verbleef in Sienna om aan te sterken.
Zijn werk uit deze periode (1923-1924) laat een enorme sprong in kwaliteit zien. Hij maakte houtsneden zoals Sint-Franciscus en prachtige landschappen van de kust bij Amalfi. Hij begon te spelen met licht en schaduw op een manier die bijna magisch was. Hij sneed de kleinste details uit het harde hout: de reflectie van het water, de textuur van de rotsen en de verre horizon.

Het huwelijk en een nieuw begin (Juni 1924)

In juni 1924 was het eindelijk zover. Na een periode van hard werken en veel brieven schrijven naar zijn verloofde in Zwitserland, trouwden Maurits en Jetta op 12 juni 1924 in Viareggio, Italië. De huwelijksreis ging via Genua naar Annecy. Uiteindelijk ging het jonge koppel via Parijs naar Brussel waar familie werd bezocht. Medio Juli werd ook de familie in Nederland met een bezoek vereert.
Het jonge paar besloot zich definitief in Italië te vestigen. Na een periode in Sienna vonden ze een huis in Rome, op een heuvel met uitzicht over de stad. Dit markeert het einde van de “zoekende” jaren van Escher. Aan het einde van 1924 was hij niet langer de onzekere student uit Haarlem. Hij was een getrouwd man, een erkend graficus en hij had de twee belangrijkste ingrediënten voor zijn kunst gevonden: het dramatische Italiaanse perspectief en de wiskundige puzzel van de Spaanse vlakvulling.

Meer informatie volgt, we zijn bezig met nieuwe teksten!